Reactie op het interview met Dr. Decleer op Radio 1

Microfoon en koptelefoon in opnamestudio, gerelateerd aan Radio 1 interview

Interview door Ruth Joos voor Radio 1 op 9 juli 2026

Vooraf werd ik opgebeld door een medewerker, die me contacteerde over de bezorgdheid van de IVF-centra omtrent de gevolgen van de opheffing van de anonimiteit, die medio volgend jaar van kracht wordt.

Tijdens het interview werd de nadruk echter vooral gelegd op het recht van het donorkind.

Laat ons duidelijk zijn: wij betwisten op geen enkele manier het recht van het donorkind om zoveel mogelijk informatie over zijn of haar genetische ouders te verkrijgen. Tegelijk moeten we realistisch blijven. Uit de masterproef van Frederik Mahieu blijkt dat, indien de huidige regeling ongewijzigd blijft, ongeveer 80% van de kandidaat-donoren zou afhaken zodra hun anonimiteit wordt opgeheven.

Wij menen dan ook dat een mogelijke oplossing zou kunnen bestaan uit een systeem van gedeeltelijke informatieverstrekking. Daarbij zou men kunnen denken aan het vrijgeven van beperkte gegevens, eventueel aangevuld met een kinderfoto van de donor, als tussenoplossing tussen volledige anonimiteit en de volledige opheffing ervan. Daarnaast zou er ook ruimte moeten blijven voor een groep donoren die anoniem wenst te blijven. Bovendien zijn er ook vrouwen die kiezen voor donorinseminatie en die uitdrukkelijk de voorkeur geven aan een anonieme donor.

Daarnaast zou men fertiliteitscentra moeten toelaten om kenbaar te maken dat er een tekort is aan donoren en waar kandidaat-donoren zich kunnen aanmelden. Dit zou bijvoorbeeld kunnen via een korte nieuwsflash die maandelijks wordt uitgezonden, naar analogie met de oproepen van de bloedbanken wanneer er een tekort is aan bloed of bloedproducten. Op dezelfde manier zouden fertiliteitscentra in uitzonderlijke situaties de mogelijkheid moeten krijgen om een tekort aan donoren onder de aandacht te brengen.

Op die manier zou men ook het beroep op commerciële donorbanken, zoals Cryos en European Sperm Bank (ESB), kunnen beperken. Beide instellingen kwamen eerder dit jaar immers in opspraak wegens het overschrijden van de toegelaten maxima voor het aantal nakomelingen per donor.

Idealiter zou elk  Belgisch erkend fertiliteitscentrum moeten beschikken over een eigen bank voor eicellen en zaadcellen. Op die manier zou het huidige medische toerisme grotendeels kunnen worden vermeden, waarbij patiënten naar Spanje uitwijken om daar, tegen een aanzienlijke financiële vergoeding, een eiceldonor te vinden.

Het is bovendien ironisch, en zelfs enigszins cynisch, dat zowel de Belgische als de Spaanse overheid zich beroepen op dezelfde Europese regelgeving. Spanje hanteert daarbij een veel liberalere interpretatie van die regels, terwijl de Belgische overheid blijkbaar de “beste leerling van de klas” wil zijn door een bijzonder strikte invulling ervan. Het gevolg is dat er in Spanje fertiliteitscentra bestaan die vrijwel volledig draaien op eicel- en zaadceldonatie, terwijl dit in Belgische fertiliteitscentra nog steeds slechts een beperkt onderdeel vormt van het totale zorgaanbod.

Dit alles roept dan ook de dringende vraag op aan de overheid om passende maatregelen te nemen. Zoniet dreigt men het kind met het badwater weg te gooien. Indien het aantal donoren drastisch terugvalt, zal de discussie over de opheffing van de anonimiteit zich morgen immers nauwelijks nog stellen, eenvoudigweg omdat er dan vrijwel geen donoren meer zullen zijn.

Dr Wim Decleer